Maar dat het op de kaart staat, is nog geen garantie dat gasten er ook voor kiezen. De naam, plek en presentatie van een gerecht bepalen voor een groot deel hoe vaak het wordt gekozen. Met deze drie tips maak je van vega geen verplicht nummertje, maar een keuze waar gasten graag voor gaan.
1. Haal vega uit het verdomhoekje
Wist je dat plantaardige gerechten 56% vaker worden besteld als ze tussen de andere gerechten staan? Zet vegetarische en vegan gerechten daarom niet in een aparte sectie onderaan de kaart, maar gewoon tussen de andere voorgerechten en hoofdgerechten. Nog beter is om minstens één plantaardige optie bovenaan de menukaart te plaatsen.
Zo worden ze door alle gasten gezien en voelen ze als een volwaardige keuze, niet als een alternatief voor een specifieke groep.
2. Geef het gerecht een naam waar je trek van krijgt
Laat de naam van het gerecht draaien om smaak, textuur, bereiding en ingrediënten. Dus ‘romige pasta met geroosterde pompoen, salie en hazelnoot’, in plaats van ‘vegan pasta met pompoen’.
Als je woorden als “vegan” of “vegetarisch” te nadrukkelijk in de naam zet, kunnen gasten die niet bewust vegetarisch of vegan willen eten al snel denken: dit is niet geschikt voor mij. In plaats van dat de gasten hun keuze baseren op de ingrediënten, bereiding en smaak, sluiten ze deze gerechten bij voorbaat al uit.
Gebruik daarom woorden die het gerecht aantrekkelijk maken. Denk aan huisgemaakt, favoriet van de chef, gegrild, uit de oven, knapperig, romig, pittig of kruidig.
3. Maak plantaardig herkenbaar, maar niet te groot
Volgens de Green Key-criteria moeten vegetarische en vegan gerechten duidelijk herkenbaar zijn op het menu of buffet. Dat kan eenvoudig met een klein symbool, zoals (v) of bijvoorbeeld een groen blaadje achter de naam van het gerecht.
Zo is het gerecht makkelijk te vinden voor gasten die bewust vegetarisch of vegan willen eten. Tegelijk leidt het niet af voor gasten voor wie dit minder belangrijk is.
Artikel door: ProVeg Nederland